Terugfokprogramma
Nadat in 1946 slechts één, tevens het laatste
nest, was
geboren en ingeschreven bij de Raad van Beheer, was het ras gedoemd uit
te sterven.
In 1973 besloten
mevr.
Mia van Woerden en mevr. Riek Barkman
het ras nieuw leven in te blazen. Beide dames hadden bitterzoete
jeugdherinneringen aan smousjes vóór de oorlog en
vroegen
zich af of het mogelijk zou zijn dit oude ras te reconstrueren.
Oproepen in diverse periodieken, met een foto van het smousje van mevr.
Barkman's Joodse vriendinnetje (dat in de oorlog weggevoerd en vermoord
werd), leverde ontzettend veel reacties op.
Een hels karwei was begonnen voor een dame die slechts ervaring had als
eigenaar van een Border terriër, sinds 1970. Overigens heeft
mevrouw Barkman in de beginjaren veel steun ondervonden van de heer M.
van de Weijer, keurmeester en toen secretaris van de Raad van Beheer.
Dat er onverwacht veel reacties binnenkwamen, had veel te maken met de
ongekende populariteit van de poedel toentertijd. Overal in
Nederland liepen Poedels los rond. Los en loops ...
Poedel
x Terriër, Poedel x Stabyhoun, Poedel x Chow Chow, Poedel x
Boxer,
zie hier de basis van het nieuw leven inblazen van de Hollandse
Smoushond.

De huidige
fokkerij gaat terug op dertig 'vondelingen'.
De eerste keer dat een Border werd gebruikt, de teef van mevrouw
Barkman zelf, was het al meteen raak. U Ziet haar met dat nest in de
rechterkolom.
Tien jaar later, in 1983 en 1984, zijn nog eens 4 Border
terriërs
gebruikt, reuen ditmaal. Om hun invloed in getal te duiden: van de ruim
300 nesten die tot dan gefokt waren, hadden zes een Border als vader.
Zie foto.
De positieve eigenschappen die de Border inbracht, waren de goede maat,
het korte hoofd, het zeer donkere oor, de mooie staart, de harde vacht
en het zeer vrije en mensgerichte karakter.
Tot 2001 bezocht mevrouw Barkman 2 of 3 keer elke smous, eerst in het
nest met 7 weken (vroeger ook op de dag na de geboorte!), op een
leeftijd van 7 maanden en als volwassen hond. Alles werd nauwkeurig
vastgelegd en gecatalogiseerd.
Kleine aanpassingen in de loop van de tijd daargelaten, is haar
fokbeleid als volgt samen te vatten:
De allerhoogste prioriteit hebben gezondheid en karakter, aansluitend
bij de beleving van de eigenaar van een huishond die er dagelijks, over
een lange reeks van jaren, plezier aan moet kunnen beleven. Uiterlijk
is van ondergeschikt belang. Honden die niet gezond zijn of die een
afwijkend karakter hebben, worden uitgesloten van de fokkerij.
Het in kunnen zetten van in principe alle gezonde Smous honden
heeft geleid tot een verbod op het exporteren naar het
buitenland,
tot op de dag van vandaag.
De fokkerij wordt gecoördineerd vanuit de Stichting Terugfok-
programma, onafhankelijk functionerend van de rasvereniging en
inmiddels uitgebreid tot vier personen.
Om het 'verkeerde' soort van rashondliefhebber/ -fokker te weren, wordt
de aanschafprijs ongekend laag gehouden en is zo uitgekiend dat de
fokker er net uitspringt en dat het voor de commerciële fokker
totaal oninteressant is.
Vanaf juni 1987 werd er een karaktertest bij elk 7 weken oud nest
afgenomen. tegenwoordig wordt niet elk nest meer getest. Vanaf 2001
worden alle honden van ongeveer een jaar oud uitgenodigd voor een
inventarisatiedag. Uitgenodigd wordt het hele nest en hun ouders. De
jonge honden worden exterieur gekeurd en gefotografeerd. Tevens wordt
een vragenformulier betreffende gezondheid, gedrag en eventuele
opvoedingsproblemen doorgenomen met de eigenaar.