Oorsprong

hondenwereldWaar de Hollandse Smoushond precies  vandaan komt, is niet met zekerheid te zeggen. Er werd vroeger weinig aandacht geschonken aan dit soort stalhonden, die gehouden werden om het ongedierte in de paardenstallen te verdelgen en er werd nauwelijks iets over geschreven. Pas in de 19e eeuw veranderde dit. Na 1850 zijn wat meer feiten over de geschiedenis op schrift gesteld.

In Amsterdam woonde destijds een bekende hondenhandelaar, C.J. Abraas. Deze verkocht de Smous als “Heeren Stalhond” voor de Koopmansbeurs. CafĂ©s in de omgeving van de beurs beschikten, door zijn toedoen bijna allemaal over een Smousje. Hij fokte de stalhonden niet zelf. Hij betrok ze uit Rotterdam en men vermoedt, dat de honden per boot uit Duitsland kwamen, dat het ras is ontstaan uit de gele exemplaren van de ruwharige Duitse Pinscher (de huidige Schnauzer), die door de Duitsers als miskleur beschouwd werden. Waarschijnlijk konden de gele ruwharige Duitse geleschnauzerwebPinschers goedkoop en gemakkelijk worden gekocht.

Uit een door L. Seegers geciteerde beschrijving van deze honden blijkt, dat ze een tamelijk uniform type bezaten. De naam Smous of Smoushond kreeg hij door zijn ruwharige vacht en behaarde gezicht, zoals ook Joden (toen eveneens Smouzen genoemd) destijds hadden. De hondjes waren zowel aan de staart als aan de oren gecoupeerd.

Na aanvankelijk met succes op tentoonstellingen te zijn uitgebracht, raakte het ras al snel in verval. Op de 1e Cynophilia- tentoonstellingen, in 1890 en]1891, waren er nog maar 4. In 1905 werd door Seegers voorstellen voor een standaard gemaakt. De bedoeling was aan de bestaande verwarring rond het ras een eind te maken en het ras nieuw leven in te blazen. Het Smousje kreeg toen ook de toevoeging “Hollandse” om verwarring met de Belgische Smousjes (Griffons) weg te nemen.